Naomi, moeder van een zoontje van bijna twee, meldt zich een aantal weken na de geboorte van haar tweede kindje aan. Ze voelt zich prikkelbaar, vliegt snel uit de bocht richting haar partner en is met vlagen heel verdrietig en somber. Ze vindt het moeilijk om haar gevoelens met iemand te delen, omdat ze het idee heeft dat niemand haar begrijpt. Het overheersende gevoel van eenzaamheid maakt het zwaar.
Wanneer ik vraag hoe de zwangerschap is verlopen, breekt ze. Tranen rollen over haar wangen – de zwangerschap blijkt zwaar beladen te zijn geweest. Naomi vertelt dat bij de 20-weken-echo een mogelijke hartafwijking werd vastgesteld bij hun dochter. Dit leidde tot een vruchtwaterpunctie en gesprekken over de moeilijke keuzes die zij mogelijk moesten maken. De weken tussen de punctie en de uitslag waren verschrikkelijk: gevuld met onzekerheid en spanning. Ze voelde zich schuldig over de scenario’s die ze steeds in haar hoofd afspeelde, waaronder het afbreken van de zwangerschap als de uitslag negatief zou zijn.
Toen de uitslag uiteindelijk kwam, bleek de hartafwijking wel aanwezig, maar zou deze niet levensbedreigend zijn. Er waren mogelijkheden voor een operatie op latere leeftijd. Naomi voelde opluchting, maar merkte dat ze niet blij was. “Ik zou blij moeten zijn met die uitkomst,” zei ze, terwijl ze zich boos en schuldig voelde over haar eigen reactie. Die boosheid en schuldgevoelens bleven hangen, en de 20-weken-echo hing als een donkere wolk boven de rest van de zwangerschap.
Nu, met een gezonde dochter in haar armen, voelt Naomi zich verward en ongemakkelijk dat deze periode zo naar boven komt. Ze worstelt met schuldgevoel en schaamte en vindt het moeilijk dit te uiten, omdat ze vindt dat ze “blij moet zijn dat haar dochter gezond is.” Ik leg uit dat er tijdens de zwangerschap vaak weinig ruimte is voor emotionele verwerking, omdat de focus ligt op het voortzetten van het dagelijkse leven, met mogelijk nog andere kinderen, en het beschermen van de baby. Naomi herkent dit. We maken ruimte voor haar schuld- en schaamtegevoelens. Ik leg verder uit dat het brein geen onderscheid maakt tussen ingebeelde scenario’s en feitelijke herinneringen als het gaat om emotionele impact. EMDR is een mooie en helpende interventie om deze ervaring te verwerken. Samen besluiten we dit in te zetten.
EMDR is een vorm van traumabehandeling die, samen met cognitieve gedragstherapie, vaak wordt ingezet bij mensen met posttraumatische stressstoornis. Deze psychiatrische aandoening kenmerkt zich door herbelevingen, vermijding, negatieve gedachten en stemming en verhoogde prikkelbaarheid. Bij EMDR vraagt de therapeut de cliënte aan de gebeurtenis te denken, inclusief bijbehorende beelden, gedachten en gevoelens. Het gaat om de herinnering zoals de cliënte die zich herinnert; of ze klopt met de feiten is niet relevant. De cliënte kijk als het ware naar deze herinnering alsof het een film is en zet het beeld stop op het beeld dat het naarst is. Verwerking wordt in gang gezet door flink afleiding te bieden terwijl de herinnering geactiveerd wordt. Afleiding kan middels een lampje/vingers te volgen met de ogen, een woord te laten spellen, ritmisch te tappen etc. Er zijn veel mogelijkheden. Het idee achter EMDR is dat het werkgeheugen zo sterk wordt belast dat er weinig ruimte meer is voor de levendigheid en de naarheid van de herinnering. Zo wordt de herinnering opnieuw opgeslagen, maar met minder negatieve lading.
Naomi brengt twee beelden in die haar blijven achtervolgen: het moment van de 20-weken-echo, waarop ze te horen kreeg dat het niet goed was, en het beeld van de vruchtwaterpunctie. Daarnaast heeft ze telkens een levendige voorstelling van hoe ze bevalt van een kindje dat niet meer leeft. Ze voelt zich schuldig over deze gedachten, want “het is niet gebeurd.” Toch blijft het beeld haar kwellen. Ik zie aan haar dat dat beeld de meeste lading met zich meebrengt. Wanneer ik dit bij haar check beaamt ze dit en we besluiten met dat beeld te starten. Dit roept hevige emoties op, waaronder schuldgevoel en het idee dat ze een slecht mens is. Tijdens de sets oogbewegingen is ze erg emotioneel en voelt ze veel spanning in haar lichaam. Ik verhoog de afleiding en introduceer helpende zinnen om haar verwerking te ondersteunen. Langzaam daalt de spanning en kan ze met meer afstand naar het beeld kijken.
Aan het einde van de sessie voelt Naomi een last van haar schouders vallen. “Het voelt zo gek, ik voel me zoveel lichter.” Ze ervaart een grotere mildheid naar zichzelf en ziet in dat haar overwegingen voortkwamen uit liefde voor haar kindje. Ze beseft hoe moeilijk het was om in die situatie te handelen en voelt meer compassie voor zichzelf.
Dit verhaal van Naomi benadrukt hoe onopgeloste emoties en schuldgevoelens tijdens een zwangerschap kunnen blijven sluimeren, zelfs als de uitkomst positief is. De 20-weken-echo en de angstige weken erna waren momenten van intense stress, waarin Naomi in een overleefmodus schoot. Het brein parkeerde deze emoties, waardoor deze nu – in een rustigere fase – naar boven komen. Door EMDR in te zetten, hebben we niet alleen de emotionele intensiteit van de herinneringen verminderd, maar ook ruimte gemaakt voor een nieuwe, liefdevolle blik naar zichzelf.
Verdere begeleiding blijft belangrijk. In volgende sessies is oa cognitieve gedragstherapie ingezet om haar mildheid naar zichzelf te verstevigen en mogelijke resterende triggers verder te verkennen. Ook betrekken we haar partner in de behandeling. Zijn betrokkenheid helpt hem meer inzicht te krijgen in Naomi’s innerlijke wereld, waardoor hij beter kan inspelen op haar behoeften. Door ruimte te maken voor verwerking, ontstaat er bij Naomi meer mildheid naar zichzelf en groeit het vermogen om met andere ogen te kijken naar wat er is gebeurd — niet vanuit schuld, maar vanuit begrip en zelfcompassie.