Melanie, moeder van twee jonge kinderen, meldt zich aan met het gevoel vast te lopen. Ze voelt zich snel boos, kan plotseling ontploffen naar haar partner of kinderen en is voortdurend uitgeput. Er is een groeiend besef dat ze haar emoties niet meer onder controle heeft, en dat maakt haar onzeker. “Wie ben ik eigenlijk?” vraagt ze zich hardop af. Ze heeft nooit eerder psychologische hulp gezocht, en vertelt dat ze gevoelens meestal wegstopt en dingen liever zelf oplost. Maar nu voelt ze: het lukt niet meer alleen.
Wanneer ik haar vraag naar haar achtergrond, vertelt ze dat haar ouders zijn gescheiden toen ze nog jong was. Ze is de oudste van drie; haar broertje en zusje zijn jonger. Na de scheiding nam ze als vanzelf de zorg op zich – niet omdat iemand dat van haar vroeg, maar omdat het moest. Haar moeder was er fysiek en emotioneel nauwelijks meer, en haar vader redde het niet alleen. Zo groeide ze op met een diepgeworteld verantwoordelijkheidsgevoel: zij moest sterk zijn, zorgen, dóórgaan. Voor haarzelf was weinig ruimte.
Wanneer ik haar vertel over de fontein van Els van Steijn – een metafoor voor het familiesysteem waarin iedereen een eigen plek heeft – ontstaat er herkenning. Ze ziet hoe zij als kind uit haar ‘eigen bakje’ is gesprongen en de plek van haar moeder innam. Dit patroon, hoe liefdevol en noodzakelijk ook destijds, heeft haar als volwassene uitgeput. Het niet voelen, geen grenzen stellen, altijd eerst voor een ander zorgen – dat werkte ooit, maar nu niet meer.
Samen verkennen we hoe het zorgen voor anderen en het wegstoppen van emoties in haar jeugd is ontstaan. Ze ziet in hoe haar huidige gedrag – snel ontploffen, zich schuldig voelen, zichzelf wegcijferen – terug te leiden is naar deze oude dynamiek.
We staan stil bij wat ze als kind miste: emotionele steun, veiligheid, ruimte voor haar eigen gevoelens. Door dit te erkennen, begrijpt ze beter waar haar pijn vandaan komt. Het biedt ruimte voor rouw én verzachting – en vormt een beginpunt om beter voor zichzelf te gaan zorgen.
Ze merkt dat haar boosheid vaak uit het niets lijkt te komen, zoals laatst om een schoen die niet opgeruimd was. Samen onderzoeken we wat eronder ligt. Door te herkennen welke behoefte eigenlijk geraakt wordt – zoals rust of erkenning – krijgt ze meer grip op haar emoties en ontstaat er ruimte om anders te reageren.
Langzaam ontdekt ze hoe vaak ze over haar eigen grenzen heen gaat, meestal zonder dat ze het doorheeft. We oefenen met het herkennen van signalen in haar lichaam, en met het benoemen van wat zij nodig heeft. Niet pas als het te laat is, maar op tijd.
Naast het emotionele en mentale proces krijgt ook haar fysieke herstel steeds meer aandacht. Het gesprek met de diëtist blijkt een keerpunt: er komen flinke tekorten aan het licht die deels haar extreme vermoeidheid verklaren. Met gericht voedingsadvies en tijdelijke suppletie merkt ze een enorme toename in haar energie en een betere nachtrust. Deze fysieke verbeteringen geven haar de ruimte om met alles wat ze leert aan de slag te gaan, zowel op emotioneel als mentaal vlak.
Ook haar partner is een keer meegekomen voor een gezamenlijke sessie. De insteek van deze sessie was gericht op het uitleggen van de onderliggende patronen en gedragingen, en het leren communiceren over grenzen en emoties. Samen kregen ze praktische tools aangereikt om beter met elkaar te communiceren en deze inzichten toe te passen in hun dagelijks leven. Zo leert ze stap voor stap niet alleen beter voor zichzelf te zorgen, maar ook wie ze in de kern is én wil zijn – los van haar rol als moeder of partner.